Direct naar de content Direct naar de footer

Afscheid

Ik wist dat een belangrijk onderdeel van mijn revalidatietraject afscheid nemen zou zijn. Afscheid nemen van wie ik was – Mijke 1.0, zoals de revalidatiearts het had genoemd – en daarmee automatisch ook afscheid nemen van het leven dat ik had. Tot voorkort weigerde ik deze stap te nemen. Ik bleef hopen en proberen terug te keren naar het oude leven.  Inmiddels is vastgesteld dat ik niet kan re-integreren naar mijn huidige baan als klinisch verloskundige. Na bijna veertien jaar verloskunde, houdt die carrière hier voor me op.  

Ruim zeshonderd baby’s heb ik op de wereld geholpen, en duizenden aanstaande moeders door de pittige strijd begeleid. Zoveel vrouwen heb ik zien komen en gaan, gerust proberen te stellen, voorlichting gegeven, moeder zien worden, zien strijden, zien lijden, zien groeien. Ik heb trotste vrouwen gezien, onzekere vrouwen, strijdlustige vrouwen, lamgeslagen vrouwen, angstige vrouwen en dappere vrouwen. Eén gemeenschappelijke deler hadden ze; ze verlieten het ziekenhuis als moeder. Verdrietig genoeg niet allemaal met een gezonde, levende baby, maar ook zij waren moeder geworden.  

Ik zag ook veel mannen. Mannen met washandjes, vooral. Het lijkt alsof er een universeel collectief bewustzijn is onder mannen, dat ze met washandjes in de weer moeten, zodra hun vrouw weeën krijgt. Ik zag ook mannen die flauwvielen. Mannen die bibberend de navelstreng doorknipte, juist heel trots, of die wit wegtrokken bij het idee alleen al. Mannen die de huid vol gescholden werden en dat slikten, een enkeling schold terug. Maar ook mannen die liefdesverklaring in hun gezicht geschreeuwd kregen. Mannen die masseerden, handjes vasthielden, kotsbakjes opruimden, natte plukken haar uit een gezicht wreven, moed inspraken, mee puften en coachten alsof ze bij een voetbalwedstrijd zaten. Ook zag ik mannen die buiten stonden te roken, naar alcohol of wiet roken, in geen velden of wegen te bekennen waren of ruzie maakten met het zorgpersoneel. Gelukkig was die groep verreweg in de minderheid. Sommige vrouwen hadden geen man. Hij was niet meer in beeld, niet gewenst of overleden. En sommige vrouwen hadden een vrouw.  

Ik heb zoveel mooie kindjes gezien. Kindjes met enorme bossen haar, kindjes zo kaal als een biljartbal, kindjes die op oude mannetjes leken, kindjes zo klein als je hand, kindjes zo groot als een dreumes, bruine kindjes, gele kindjes, roze kindjes en heel soms een blauw kindje. Baby’s die gewenst waren, kindjes die ongepland tot stand waren gekomen, kindjes die een verrassing waren, kindjes die er ineens waren, en ook een heel aantal kinderen die gerust een wonder genoemd mogen worden. Kindjes zo gaaf en mooi alsof ze uit een tijdschrift kwamen, maar ook kindjes met verwachte of onverwachte afwijkingen of syndromen. Kindjes die al begonnen te huilen, voordat hun billen geboren waren, en kindjes die veel te lang stil bleven.  

Alle culturen en etniciteiten heb ik voorbij zien komen. Vluchtelingen uit Syrië en Oekraïne. Vrouwen die net in Nederland waren, geen woord verstonden van alle goedbedoelde uitleg en aanmoediging, voor wie ons zorgsysteem een raadsel was. Poolse vrouwen die niks anders kenden dan de kassen in het Westland. Vrouwen die met schaamrood op hun kaken bekenden dat hun paspoort vals was, en hun leeftijd niet klopte. Vrouwen die niet verzekerd waren, illegaal, wachtend op een asielprocedure. Ik heb vrouwen in alle talen horen vloeken, tieren, bidden. Ik heb alle culturele verschillen gezien in coping met pijn en ellende.  

Ik kreeg vruchtwater in mijn schoenen, over mijn mouwen, mijn broek en een enkele keer tot op mijn onderbroek. Ik zag vaker dan me lief was andermans urine, poep, bloed en braaksel.   

Ik deed bevallingen op keukentafels, in een lift, op wc’s, op een brancard, op een kaal matras op de grond, op baarkrukken, in een bad, op de spoedeisende hulp, bij de ingang van het ziekenhuis, in de parkeergarage, in allerlei verschillende huizen en appartementen en op een boot.  

Ik had kleine of grote kinderen als publiek, moeders, tantes, zussen, schoonzussen, vriendinnen, buurvrouwen, honden, katten, vaders en enkele schoonvaders.  

Het was me een genoegen

Ik ga het vak ontzettend missen, ook al weet ik dat het voor mij nu te intensief is. Het continu schakelen, de prikkels, de verantwoordelijkheid, het stellen van prioriteiten, het multitasken; ik deed het met twee vingers in mijn neus en heel veel plezier. Nu kost het me teveel. Ik heb ervan genoten. Iedere bevalling was bijzonder, geen een was saai. Wat een privilege om even zo dicht bij iemand te mogen zijn. Iemand die je niet kent, die zichzelf volledig aan je overgeeft. Even mag je voor haar zorgen, haar overladen met je liefde, je zorgen, je kennis en je kunde. Samen klaar je de klus. Je taak als verloskundige: zorgen dat iedere vrouw zich veilig genoeg voelt om zich over te geven aan het heftige, maar mooie proces van het krijgen van een kind. 

Het was me een genoegen.