Direct naar de content Direct naar de footer

Contextuele systeemtherapie krijgt vervolg: ‘We zien dat dit echt verschil maakt voor gezinnen’

De eerste resultaten van het project contextuele systeemtherapie (CST) op de kinderafdeling van Rijndam zijn positief. Daarom krijgt het project een vervolg. Maatschappelijk werker, contextueel therapeut en initiatiefnemer van het project Jay Brand Flu: ‘We zien dat gezinnen anders naar elkaar en naar een aandoening gaan kijken. Dat helpt direct in de revalidatie.’

Van inzicht naar beweging

Bij CST staat het hele gezin centraal. Voor de klinische opname voeren therapeuten vijf gesprekken met het gezin, inclusief broers en zussen. Het contextuele gedachtegoed vormt de basis voor deze gesprekken. ‘We brengen samen in kaart wat een aandoening heeft veranderd in het gezin. Hoe gaan gezinsleden met elkaar om? Wat is helpend geweest en wat niet meer? Dat geeft inzicht. En dat inzicht zorgt voor beweging.’ Volgens Jay zit de kracht juist in die voorbereiding. ‘Als een kind wordt opgenomen, weten we al veel beter wat er speelt. We kunnen sneller aansluiten en gerichter behandelen.’

Gezinnen ervaren meer regie en verbinding

De eerste ervaringen van gezinnen laten zien wat CST oplevert. Ouders en kinderen geven aan dat ze elkaar beter begrijpen en meer met elkaar in gesprek gaan. Zo zegt een ouder: ‘Mijn kind neemt weer zelf de regie.’ En een ander gezin: ‘We hebben thuis meer gesproken en zoeken meer de verbinding.’
Ook kinderen voelen zich meer gezien. ‘Ze hebben me beter leren kennen en konden me daardoor beter helpen.’

Meetbare vooruitgang

Naast ervaringen is er ook gekeken naar meetbare effecten. Met een participatievragenlijst is gevolgd hoe kinderen en ouders functioneren in het dagelijks leven. De scores laten een duidelijke stijging zien richting het einde van de behandeling, zowel volgens kinderen als ouders. Dat wijst erop dat zij beter mee kunnen doen thuis, op school en in hun omgeving.

Meer grip voor het team

Ook voor het behandelteam maakt CST verschil. ‘We zien sneller waar het echt om gaat,’ zegt Jay. ‘Daardoor kunnen we eerder de juiste keuzes maken in de behandeling.’ Doordat het gezin al vooraf in beeld is, kunnen behandelaren sneller tot de kern komen, gerichter adviezen geven en beter aansluiten bij wat een gezin aankan. Dat levert tijdwinst op en zorgt voor meer maatwerk in de revalidatie.

Vervolgonderzoek: wat werkt, voor wie en wanneer?

Met deze eerste resultaten is de volgende stap gezet. Het vervolgonderzoek van CST is inmiddels goedgekeurd. Daarin wordt onder andere gekeken naar:

  • het verschil tussen gezinnen met en zonder CST;
  • de effecten op langere termijn, tot een jaar na behandeling;
  • de impact op verschillende gebieden, zoals communicatie, opvoedbelasting en participatie;
  • en de inzet van CST bij een bredere doelgroep, zoals kinderen met licht traumatisch hersenletsel.

‘We willen precies weten wat het effect is van CST,’ zegt Jay. ‘Niet alleen dat het helpt, maar ook hoe en voor wie.’

Stap voor stap naar bredere inzet

Binnen Rijndam groeit de belangstelling. Teams vragen om workshops en ook andere revalidatiecentra volgen de ontwikkelingen.
Jay: ‘Mijn droom is dat dit een vast onderdeel wordt van de kinderrevalidatie. Dat we standaard niet alleen naar het kind kijken, maar naar het hele gezin. ‘We zijn er nog niet,’ zegt Jay. ‘Maar we zien genoeg om door te gaan. Dit helpt gezinnen vooruit. En daar doen we het voor.’