Wat is chronische pijn? Bekijk het filmpje of lees de toelichting hieronder.

We spreken al over chronische pijn als de pijn langer dan 6 weken duurt. Het woord “chronisch” betekent dus dat het al lang duurt. Het zegt nog niets over de toekomst. Bij chronische pijn heeft de pijn geen waarschuwingsfunctie meer en is er geen één op één relatie (meer) met het oorspronkelijke letsel.

Veel voorkomende diagnoses zijn:

De rol van sensitisatie bij chronische pijn

Wanneer het om pijn gaat, praten we over een alarmsignaal dat de hersenen versturen op basis van de doorgekomen informatie. Omdat er geen einde komt aan deze stroom van berichten en signalen wordt het zenuwstelsel overgevoelig en lijkt het alsof het alarmeringssysteem van het lichaam te scherp staat afgesteld. Er is geen duidelijke reden om alarm te slaan en toch slaat het lichaam alarm. Wat is er aan de hand? Wanneer er een keer bij je is ingebroken, zal je een alarm aanschaffen om te voorkomen dat het een tweede keer gebeurt. Stel dat er vervolgens toch nog wordt ingebroken, dan zal je het alarm steeds scherper gaan afstellen, misschien wel zo scherp dat het alarm al afgaat als iemand op de stoep voor het huis voorbij loopt. Bij langdurige pijn of herhaling van een klacht zal het pijnsysteem meestal sneller en heftiger reageren: het alarm wordt scherper afgesteld en zal eerder afgaan, ook daar waar het lichaam geen gevaar loopt (de achteloze voorbijganger op de stoep die geen intentie heeft om in te breken). Dit is een normale aanpassing van het zenuwstelsel.

Bij chronische pijn wordt er wel een alarmsignaal gegeven, maar is de waarschuwing meestal niet in overeenstemming met het type letsel. Vergelijk het met een waarschuwing wanneer uw auto aangeeft dat uw oliepeil te laag is Als de garage het oliepeil heeft gecontroleerd en er blijkt niets aan de hand te zijn met het oliepeil kan het zijn dat het lampje/systeem defect is. 

Hoever de pijnpoorten (bij de schakelstations) in het ruggenmerg en de hersenen open staan, wordt vooral bepaald in het emotionele brein. Voelt het brein zich kwetsbaar of bedreigd, dan laat het alle signalen die mogelijk duiden op gevaar met voorrang binnen. Dit kan tot gevolg hebben dat andere informatie wordt tegengehouden. Wanneer er veel berichten binnenkomen in de hersenen, dan loopt het gedeelte in de hersenen, waar deze berichten verwerkt worden, wel eens over. Dit kan ervoor zorgen dat je pijn voelt in een  groter gebied dan waar in eerste instantie de pijn was.

Door sensitisatie kunnen zich veel dingen voordoen:

  • de pijn blijft bestaan terwijl het lichaam al lang geheeld zou moeten zijn;
  • de pijn breidt zich uit;
  • verschillende (zelfs heel lichte) bewegingen doen pijn;
  • onschadelijke sensaties, bijvoorbeeld gewone aanraking, doen pijn;
  • de pijn verschilt erg van dag tot dag en van moment tot moment;
  • de pijn wisselt van plek in het lichaam;
  • er is pijn op verschillende plekken in het lichaam;
  • behandeling geeft geen of slechts tijdelijk verlichting;
  • algehele overgevoeligheid (bijvoorbeeld fel licht, geluiden, etc.);
  • slecht slapen;
  • vermoeidheid;
  • afnemende concentratie.

Sensitisatie hoeft zich niet te beperken tot één plek in het lichaam, maar kan ook een heel lichaamsdeel of het hele lichaam betreffen. Bij langdurende klachten raakt het pijnpatroon (de combinatie van activiteiten in het pijnnetwerk) als het ware ingeslepen in het zenuwstelsel. De pijnsporen worden dieper zoals de bandensporen van een tractor in het weiland. Daarom moet er niet alleen aan de pijn maar ook aan het pijnpatroon gewerkt worden.

De rol van het pijnnetwerk

Alle onderdelen van het pijnsysteem zijn aan elkaar gekoppeld en vormen een pijnnetwerk. Dit  Het netwerk kan worden onderverdeeld in vier deelgebieden:

  • lichaam
  • emoties
  • gedachten
  • gedrag.

Deze deelgebieden worden onderverdeeld in factoren. Per persoon verschilt het welke factoren een rol spelen.

Bron: van Wijk| ergotherapeut Rijndam Revalidatie

Lichaam                                                                                                    

In het lichaam bestaan veel verschillende structuren en systemen die aanleiding kunnen geven tot pijn: het bindweefsel (fascia), de spieren (trigger points) en hormonen.

Emoties

Als iemand zich kwetsbaar of bedreigd voelt, dan reageren de hersenen extra op signalen van gevaar. Door de pijn is er vaak sprake van een te hoge alertheidstoestand. Dit kost veel energie en heeft invloed op bijvoorbeeld het vermogen om zich  te concentreren. Negatieve emoties (angst, somberheid, stress) verergeren de pijnbeleving en kunnen extra pijnklachten geven door het gevoeliger maken van het zenuwstelsel en het verhogen van de spierspanning.

Pijn heeft op psychisch gebied een wisselwerking met een heleboel symptomen:

  • post-traumatische stress;
  • depressie;
  • angst;
  • langdurige stress;
  • eerdere pijnervaringen;
  • doemdenken;
  • idee: pijn komt door schade;
  • veel meegemaakt hebben.

Overlap pijn en angst

Bij een functionele MRI kan worden onderzocht welke gebieden van de hersenen actief zijn bij het toedienen van pijnprikkels. Het is gebleken dat bij pijn dezelfde hersengebieden actief zijn als bij angst. Angst (de emotie) en pijn (sensorisch) hebben dus een grote overlap in ons brein. Het is allebei bedoeld om ons te beschermen, maar angst en pijn kunnen ook een eigen leven gaan leiden.

Gedachten

Pijn en de gevolgen ervan kunnen allerlei gedachten oproepen. Soms blijven mensen denken dat er iets helemaal verkeerd zit in hun lichaam (doemdenken of catastroferen) ook al is door uitgebreid onderzoek aangetoond dat dit niet het geval is. Het komt ook voor dat mensen voortdurend met hun aandacht bij de pijn zijn waardoor hun pijnbeleving heviger wordt.  Het is ook mogelijk dat mensen niet meer kunnen voldoen aan de verwachtingen die zij van zichzelf hebben of waarvan ze denken dat anderen die van hen hebben. Die gedachten kunnen veel invloed hebben op hoe iemand zich voelt en op wat hij of zij doet. Dat heeft vervolgens ook weer invloed op de pijnbeleving.

Gedrag

Vaak of regelmatig pijn hebben kan ertoe leiden dat u zich ernaar gaat gedragen. Dit betekent dat alles wat u wel of niet doet door de pijn wordt bepaald. Zo kan een beslissing om wel of niet uit eten te gaan of om te gaan sporten volledig afhankelijk zijn van de pijn. Ook de omgeving speelt een rol: hoe reageren anderen? Door hun reacties kunnen ze pijngedrag onbewust beïnvloeden . Ook kunnen mensen de pijn ongemerkt gebruiken om dingen die ze nooit leuk gevonden hebben niet meer te hoeven doen. De manier waarop u met pijn omgaat  kan veel invloed hebben op uzelf, op uw activiteiten en op uw sociale contacten. Het kan leiden tot sociaal isolement, gebrek aan afleiding en beloning, minder eigenwaarde, depressie, meer stress en spierspanning.  Manieren van omgaan met onszelf en onze omgeving leren we vaak al vroeg. Sommige mensen hebben in hun jeugd geleerd om zich bij het minste of geringste schrap te zetten. Hiermee bouwen ze veel spanning opbouwen.  Maar er zijn ook aangeleerde leefregels als ‘niet huilen’ en ‘gewoon doorgaan’.  Dan ligt overbelasting op de loer.

Gevolgen van pijn

Pijn heeft invloed op iemands welzijn, zoals hoe u uw werk kunt doen, het huishouden, de zorg voor uw  kinderen, het gezin, sociale contacten, relatie en seks. Pijn heeft invloed op alles. Als de pijn niet weggaat zal de ‘volumeknop’  alleen maar omhoog gaan, waardoor de pijn steeds heviger wordt.

Ervaringen met pijn

Iedereen heeft ervaring met pijn. Pijnervaringen worden opgeslagen in de hersenen. Iemand die na een enkelblessure snel herstelt, zal de pijnervaring anders opslaan dan iemand die maandenlang over herstel heeft gedaan. Bijvoorbeeld door complicaties of langdurig in het gips. Laatstgenoemde persoon heeft een meer negatieve ervaring met pijn. Wanneer er opnieuw schade optreedt zal het zenuwstelsel eerder overgevoelig reageren, ook als het om een heel andere pijn gaat dan in de enkel.  Dit verschijnsel zal nog eerder optreden als er een gevoel van miskenning is, bijvoorbeeld na een ongeval of als een diagnose is gemist of een behandeling niet goed geweest is.

Wat is CPRS?

Complex Regionaal Pijn Syndroom type 1 (CRPS) werd vroeger posttraumatische dystrofie genoemd. Andere benamingen zijn sympatische reflrexdystrofie en Südeckse atrofie. Het heeft niets te maken met spierdystrofie.

Posttraumatische dystrofie is een moeilijk te begrijpen aandoening. Er is al heel veel onderzoek gedaan naar de oorzaken en de behandeling en langzamerhand komt er meer duidelijkheid. Er is in elk geval een disbalans in het zenuwstelsel en de doorbloeding. Het ontstaat meestal in een hand of een voet na een trauma of een operatie. De hand of voet wordt extreem pijnlijk, dik, rood of blauw, te warm of te koud, erg droog of juist erg vochtig. Ook kunnen nagels en haren sneller gaan groeien of juist langzamer. De pijn breidt zich uit tot buiten het gebied van de oorspronkelijke aandoening. Er kunnen spierkrampen ontstaan en een dwangstand van de hand of de voet. Het normale gebruik lukt niet meer.

Blijven bewegen is cruciaal

In het acute stadium zullen in het algemeen medicijnen gegeven worden om de doorbloeding te verbeteren en tegen de pijn. Meestal gaat daarmee de CRPS weer helemaal over. Vroeger dacht men dat absolute rust noodzakelijk was, tegenwoordig komen we daar van terug. Blijven bewegen en belasten is erg belangrijk voor het herstel. Mensen kunnen ook na langere tijd nog volledig herstellen van CRPS. Soms is na jaren aan de buitenkant weinig meer te zien maar zijn er wel veel klachten. Waarschijnlijk is er dan geen CRPS meer maar is er een “disuse syndroom” ontstaan. Dat betekent dat een lichaamsdeel niet meer voldoende gebruikt wordt. De verschijnselen daarvan lijken veel op die van CRPS en het een kan overgaan in het ander.

Als een lichaamsdeel weinig meer gebruikt wordt, dan verandert er van alles op het gebied van zenuwen en spieren. Normale signalen vanuit het lichaam worden als naar ervaren doordat de zenuwen niet meer gewend zijn aan prikkels. De communicatie tussen de spieren en de hersenen verloopt niet goed meer. Er is angst om te bewegen waardoor het bewegen zo krampachtig gaat dat het extra pijnlijk wordt.

 

Wat is fybromyalgie?

Bij fibromyalgie is het centrale zenuwstelsel overgevoelig voor pijn. Er is een ontregeling op allerlei gebied. Fibromyalgie is geen ontstekingsreuma. Dit betekent dat er geen beschadigingen of ontstekingen optreden in de gewrichten en dat het niet progressief is. Er treden ook geen vergroeiingen op zoals bij reumatoïde artritis.

Fibromyalgie is een vorm van chronische pijn. We zien het vaak bij mensen die van jongs af nauwelijks kunnen ontspannen. Als iemand in een situatie zit waarbij hij steeds op zijn hoede moet zijn, reageren de stresshormonen daarop. Iemand verkeert voortdurend in een alarmfase. Hierdoor is hij erg alert en gespannen, omdat hij steeds moet kunnen “vluchten”. Het lichaam raakt overbelast en ontregeld. Er ontstaat pijn in alle spieren, pezen en gewrichten als gevolg van de reactie van het zenuwstelsel op de overbelasting. Iemand  is al moe van niks. De meeste mensen met fibromyalgie slapen niet goed of niet diep genoeg, ook doordat het alarm als het ware nooit is afgezet. Ook al is de situatie die het ooit heeft veroorzaakt al voorbij, kan het lichaam toch niet meteen het alarm uitzetten. Behalve van pijn hebben veel mensen met fibromyalgie ook last van een prikkelbare darmsyndroom en chronische vermoeidheid. Ook zijn mensen met fibromyalgie vaker dan gemiddeld hypermobiel[KS1] .

Middelen tegen fibromyalgie

Specifieke medicatie bestaat niet voor fibromyalgie. In het algemeen helpen “gewone” pijnstillers niet goed genoeg. Morfine kan de pijn zelfs erger maken. Soms is het zinvol een lage dosering van een ouderwets antidepressivum voor te schrijven: dit kan helpen tegen zowel de pijn als de slaapproblemen. Hierover heeft de revalidatiearts meer informatie. Uit onderzoek weten we dat bij fibromyalgie meer bewegen en beter hanteren van stress belangrijk is.

Wat zijn lage rugklachten?

Lage rugklachten komen heel veel voor in de westerse wereld en zijn een belangrijke oorzaak van arbeidsverzuim. Vrijwel iedereen heeft in zijn leven wel een periode met rugpijn. Gelukkig  gaat dit in de meeste gevallen zonder specifieke therapie binnen enkele weken weer over.

Duurt rugpijn langer dan 3 maanden dan wordt de kans op spontaan herstel kleiner. Van meer dan 80% van de (lage) rugklachten is geen specifieke oorzaak bekend en daarom spreken we van aspecifieke lage rugklachten. Zowel de huisarts, de revalidatiearts, de bedrijfsarts als de neuroloog zijn goed in staat om rugklachten te kunnen onderscheiden in specifiek en aspecifiek.

Aspecifieke rugklachten

In het algemeen behandelen we in de revalidatie vooral aspecifieke rugklachten. Soms zijn op een röntgenfoto of MRI-scan afwijkingen te zien. Het verband tussen afwijkingen op een foto en pijn is echter helaas niet zo duidelijk. Pijn is nu eenmaal een gevoel en is niet zichtbaar op een foto of een scan. De revalidatiearts zal alleen een foto laten maken als daar bij het lichamelijk onderzoek aanleiding voor is. Wat we tegenwoordig weten is dat bewegen het allerbelangrijkste is bij rugklachten. Liggen lijkt soms op de korte termijn te helpen, maar werkt op de lange termijn averechts.

Wat zijn zwangerschapsgerelateerde bekkenklachten?

We gebruiken het woord “bekkeninstabiliteit” niet meer omdat dat eigenlijk niet klopt. We noemen het daarom zwangerschapsgerelateerde bekkenklachten. Vaak zijn er bijkomende problemen met het plassen, de ontlasting en seksualiteit. Dat heeft allemaal te maken met de bekkenbodemspieren.

Oorzaken van bekkenpijn

Veel vrouwen kennen tijdens de zwangerschap of na de bevalling een periode met bekkenpijn en herstellen spontaan binnen enkele weken na de bevalling. We weten niet precies waardoor sommige vrouwen langdurig klachten houden. Meestal zijn er meerdere oorzaken tegelijk, waaronder:

  • te slappe of juist te strakke buikspieren
  • bekkenbodemproblemen
  • nare ervaringen in het verleden
  • weinig voeling hebben met het eigen lichaam
  • angst om te bewegen.

Wat is een Whiplash?

Een whiplash (eigenlijk: Whiplash Associated Disorder, WAD) ontstaat doordat uw nek een krachtige beweging gemaakt heeft buiten de normale beweeglijkheid. Het hoofd heeft daarbij geen directe verwonding opgelopen. Ook de verschijnselen van een hersenschudding kunnen echter erg lijken op die van een whiplash.

Bij zo’n ongeval gebeurt er een heleboel tegelijkertijd:

  • De nek wordt uitgerekt en “verstuikt”
  • In het geval van een auto-ongeluk kunnen de schouder en het borstbeen een flinke klap krijgen van de gordel
  • Als automatische schrikreactie spannen alle spieren tegelijk en plotseling aan
  • Het geeft acute stress

Verstorende factoren bij herstel van een  whiplash

Van een gezond mens verandert u in een patiënt. Het hele systeem raakt ontregeld. Eventuele schade geneest binnen een paar maanden. De meeste mensen herstellen snel, spontaan en volledig zonder specifieke therapie. Er zijn ook mensen die jarenlang ernstige klachten houden. De kracht van de klap kan daar mee te maken hebben, maar er zijn ook andere factoren. Dit kan zijn:

  • teveel doen of juist te weinig of allebei afwisselend;
  • een posttraumatische stress-stoornis;
  • persoonlijkheidsaspecten zoals een erg hoog streefniveau en perfectionisme;
  • een al verminderde belastbaarheid voor het ongeluk;
  • juridische complicaties van het ongeval.

 

Overige diagnoses

Natuurlijk zijn er vele andere vormen van chronische pijn. Zoals knieklachten, nekklachten, schouderklachten. Voor hen gelden dezelfde principes als in de vorige hoofdstukken zijn beschreven.

En er zijn mensen met een heel specifieke aandoening zoals de ziekte van Bechterew, SLE, reumatoïde artritis of multiple sclerose die baat kunnen hebben bij pijnrevalidatie. Dit geldt vooral als mensen meer beperkt zijn door hun ziekte dan de reumatoloog of de neuroloog zou verwachten. In de pijnrevalidatie houden wij dan rekening met de beperkingen die door de ziekte komen en die niet veranderbaar zijn.