Wim is al 50 jaar werkzaam in de Rotterdamse haven. Volgens Wim een aparte wereld, met aparte mensen. “Grote waffel, klein hartje,” zoals hij dat zelf uitdrukt. Op een dag merkt Wim tijdens zijn werk dat hij minder kracht heeft in zijn rechterarm. Op dat moment weet hij nog niet dat hij een herseninfarct heeft.

“Het daadwerkelijke infarct had ik op dinsdag. Maar eigenlijk is het al begonnen op zondagavond,” zo legt Wim uit. “Tijdens het televisiekijken zag ik met mijn linkeroog steeds minder. Op een gegeven moment had ik nog maar een spleetje zicht. Maar na een minuut of vijf trok dat weer weg. ‘Niks aan de hand,’ dacht ik.”

Kraanmachinist

“Ik ben instructeur kraanmachinist en de dinsdag erna had ik een jongen bij me die ik even de kraan liet besturen. Dat is fysiek én mentaal zwaar werk. Dus nadat ik die jongen een tijdje had laten zweten, stelde ik voor om het even over te nemen. Ik merkte dat ik moeilijk beweging kreeg in de stok die ik met mijn rechterhand bediende. Ik vroeg nog aan die knul: ‘Joh, gaat die rechterstok bij jou ook zo zwaar?’ Maar hij had nergens last van.”

Dichtgeslibde halsslagader

“Het autorijden naar huis ging ook moeilijk. Eenmaal thuis vroeg mijn vrouw of ik een bak koffie en een stuk appeltaart wilde. Terwijl ik bezig was aan de appeltaart merkte ze op dat ik raar at. Ik realiseerde me op dat moment dat ik niet in staat was om bepaalde bewegingen met mijn rechterarm te maken. Ook praatte ik volgens mijn vrouw raar. Ik had dat zelf niet in de gaten. Uiteindelijk ben ik in het ziekenhuis terechtgekomen waar bleek dat ik eerst een TIA heb gehad en daarna een herseninfarct. Mijn halsslagader aan de linkerkant was voor 70% dichtgeslibd. Een stukje ‘plak’ (bloedprop, red.) was naar mijn hoofd geschoten.”

Veranderingen

“Ik werd geopereerd en na mijn ontslag uit het ziekenhuis merkte ik dat er wat dingen waren veranderd. Zo was mijn concentratie een stuk minder. Ze zeggen wel eens dat mannen niet twee dingen tegelijkertijd kunnen, nou, ik kon nog geen half ding meer onthouden. Zat mijn vrouw van alles te vertellen, had ik geen idee waar ze het over had. Mijn empathisch vermogen was en is een flink stuk minder. In het begin voelde het voor mijn vrouw als desinteresse, maar ze begreep al snel dat niet het geval was.”

De revalidatie begint

Over zijn revalidatie bij Rijndam vertelt Wim: “Toen ik met mijn revalidatie startte, wilde ik eigenlijk veel te snel. Ik ging er vanuit dat het allemaal weer ging worden zoals het vroeger was. Maar dat kan gewoon niet meer. Daar kom je gedurende de tijd dat je bij Rijndam bent vanzelf achter.  Toch heb ik vol goede moed aan de verschillende therapieën meegedaan. Zo volgde ik ergo- en fysiotherapie, onderging ik psychologische tests en nam ik deel aan de cognitiegroep. Vooral de cognitiegroep, samen met lotgenoten, was erg leerzaam. Daar merkte ik dat ik er eigenlijk nog goed vanaf was gekomen. Het kan altijd nog zoveel erger.”

“Rijndam geeft je handvatten om met je beperkingen om te gaan. Zo leerde ik de techniek om verbindingen te leggen met de dingen die ik wel kan. Als ik iemand voor het eerst ontmoet, probeer ik zijn naam te onthouden door het te koppelen aan iets bekends. Had ik zelf echt nooit opgekomen. Maar ik vergeet nog steeds wel dingen hoor. Zo eerlijk moet ik ook zijn.”

Roeien

“Over de fysiotherapie was ik in het begin wel wat sceptisch. ‘Moet ik met mijn leeftijd nou nog aan een gewicht gaan hangen?’ Ik merkte ook dat ik de conditie van een wijkagent had. Maar gaandeweg voelde je dat je steeds sterker werd. Je hoort wel eens dat bewegen goed voor je is, maar ik heb het zelf ondervonden. Het mentale en fysieke aspect versterkten elkaar. En als ik er eenmaal mee bezig was, dan ging ik ervoor. Ik roeide altijd samen met een jongere man. In het begin kon ik niet aanhaken, maar op het laatst ben ik hem toch mooi voorbij gestreefd.”

Een stap terug

“Momenteel werk ik nog twee halve dagen. Helaas niet meer op de kraan. Dat heb ik zelf aangegeven, want op een gegeven moment merk je gewoon dat je bepaalde dingen niet meer kan. Ik wil niet werken met containers wanneer ik last heb van een verminderd concentratievermogen. Een ongeluk is zo gebeurd. Wat ik de mensen wil meegeven is dus dat je moet beseffen wanneer je een stap terug moet zetten. Houd rekening met je eigen energie, en verdeel die goed.”

Publicatiejaar: 2016