Sandra is geboren met een onderontwikkelde linkerarm. Hierdoor mist ze haar linker onderarm en heeft ze hele kleine vingers. Maar zielig is ze niet. Ze speelt trombone, doet zonder enige moeite een radslag en danst Jazz bij Genie in de selectie groep.

“Voor de geboorte van Sandra kregen wij te horen dat er van alles met haar aan de hand was,” zo begint de moeder van Sandra. “Bij de geboorte bleek het gelukkig alleen maar om haar hand te gaan. Wat een opluchting. Vervolgens hebben we heel wat adviezen gekregen. De artsen wilden het stompje verlengen en de vingers weg halen, want haar arm zou te kort zijn voor een prothese. Ook werd ons gezegd dat we dat beter nu konden doen, dan als ze ouder was. Maar het druiste tegen het gevoel van mij en haar vader in. Ik wilde niet in haar laten snijden, ze was pas een maand of 8 oud. Via een doorverwijzing zijn we uiteindelijk bij Rijndam terecht gekomen. Wat ze me bij Rijndam vertelden? ‘Zo’n operatie is niet nodig, we kunnen zo ook een geschikte prothese aanmeten.’”

Springtouwen

“Mijn eerste indruk van Rijndam was goed. Het bevalt me dat ze hier zo meedenkend zijn. Je komt weleens in contact met artsen die je heel zielig benaderen. Dat was hier gelukkig niet het geval. Zo zitten wij zelf ook niet in elkaar. En Sandra al helemaal niet. Je zit met heel veel vragen, maar zij was zo vindingrijk. Alles proberen, alles doen. Ik kan me herinneren dat de directeur van haar school jarig was en die had getrakteerd op springtouwen. Dus Sandra kwam thuis met dat springtouw en ik dacht bij mezelf ‘hoe ga ik nu aan haar vertellen dat dit niet lukt?’ Maar voordat ik er erg in had zag ik dat het touw rondging en had ze het toch voor elkaar. Elke keer als ik denk ‘dit gaat tricky worden’ dan vindt ze er wel wat op.” Sandra vult aan: “Ik houd er niet van als ik dingen niet kan die anderen wel doen. Daarom probeer ik altijd mijn maniertjes en tactieken te verzinnen om het toch voor elkaar te krijgen. Ik denk dat dat wel anders was geweest als ik niet op deze manier was geboren. Dan ben je er niet vanaf kleins af aan mee bezig.”

“Sandra is continu onder controle gebleven bij Rijndam,” zegt haar moeder. “Wel is de frequentie met de tijd minder geworden omdat ze steeds minder ondersteuning nodig heeft. Nu gaan we hoogstens één keer in de twee jaar. Tenzij we tegen een vraag aanlopen. Dan is het makkelijk schakelen met Rijndam. Snelle, goede communicatie en tips te allen tijde. Als ik of Sandra aangeven dat ze iets extra’s wil leren worden we door Rijndam met een ergotherapeut bij ons in de buurt in contact gebracht. Dat is prettig, want het scheelt veel reistijd voor ons.”

Prothese

Sandra moet haar prothese op school verplicht dragen. “Anders groei ik scheef door mijn verkeerde houding,” legt Sandra uit. “Ikzelf ben niet zo gek op die prothese, want ik ben niet zo. Ik zie mezelf liever met één arm dan dat ik twee handen heb. Dat klinkt misschien gek, maar het is wel zo. Ik gebruik de prothese ook niet om dingen met twee handen te doen. Soms vind ik het wel raar om die prothese in de klas uit mijn tas te halen. Het enige dat ik nog dagelijks gebruik, is mijn op maat gemaakte vork, om mijn vlees mee te snijden. Ik vind het zo stom om zoiets te vragen.”

Over de begeleiding van Rijndam tijdens de schooltijd van Sandra, vertelt haar moeder de volgende anekdote: “Toen Sandra naar de peuterspeelzaal ging, is er een  therapeut van Rijndam op school geweest om aan de kinderen in de klas uit te leggen wat er anders was aan Sandra. Vervolgens plaatsten zij de hele groep kinderen in een kring. Moest de hele groep één hand op hun rug doen en werd hun verteld: ‘Oke, probeer nu maar eens met één hand op je rug triangel te spelen.’ Dat was haar introductie op de peuterspeelzaal.”

Gepest

“Vroeger op de basisschool werd ik wel gepest,” zegt Sandra. “Nu op de middelbare heb ik daar geen last van. Maar uit dat pesten haalde ik wel mijn motivatie om dingen te proberen. Mijn tip aan anderen is dan ook: gewoon proberen, ook al vertellen nog zoveel mensen dat je het niet kan. Als een gymleraar tegen mij zegt ‘dat kan jij niet’, dan ben ik eigenwijs en probeer ik het toch. En ook al houd ik er soms een blessure aan over, als je een doel hebt moet je het gewoon doen. Ik leef niet anders dan anderen.”