Algemene adviezen

  • Houd er rekening mee dat u niet meer alle activiteiten kunt uitvoeren die u gewend was om te doen en/of op de manier dat u gewend was deze te doen. Dit heeft enerzijds te maken met de beperkingen van een prothese, maar anderzijds ook met eventuele verminderde conditie, vaatproblemen en pijnklachten aan het andere been.
  • Houd rekening met uw energie, ga niet te vaak over uw grenzen heen. Uw lichaam herstelt dan sneller.
  • Door de amputatie is er sprake van een verstoord lichaamsevenwicht. Bij staan en reiken bent u sneller uit balans. Hierdoor bestaat een groter risico om te vallen. Neem daarom geen risico’s tijdens uw bezigheden. Zorg altijd voor een veilige situatie, door voldoende te steunen met uw handen of met andere delen van uw lichaam. Ook mét prothese is er sprake van een verstoorde lichaamsbalans, al is het minder dan bij het staan op één been.
  • U bent waarschijnlijk sneller geneigd een asymmetrische houding aan te nemen, zowel bij het staan, het lopen als het zitten. Wees u hiervan bewust en probeer dit zoveel mogelijk te corrigeren, anders krijgt u later andere klachten (bijvoorbeeld pijn in uw rug).

Gaan zitten

Het gaan zitten met en zonder prothese kost veel kracht van de bovenbeenspieren. Is de spierkracht onvoldoende, dan ploft u neer in uw stoel. Dit zorgt voor een onveilige situatie als de stoel hier niet tegen bestand is (de stoel valt om, schuift weg enz.). Probeer daarom gecontroleerd te gaan zitten, bijvoorbeeld door bij het gaan zitten met de armen steun te nemen op de armleuningen.

Zitten

Als u een onderbeenamputatie heeft ondergaan, is het belangrijk dat u uw stomp niet te lang naar beneden laat hangen. Door vochtophoping kan de stompomvang toenemen en wordt het lastiger om de prothese aan te trekken. Ook kunnen er contracturen (stijfheid in het gewricht) ontstaan, waardoor u de knie op den duur niet helemaal meer kunt strekken. Als u veel in de rolstoel zit, is er een speciale stompsteun verkrijgbaar, die uw knie in een rechte positie houdt.

Bij een bovenbeenamputatie is er soms sprake van een scheve zithouding. Dit komt omdat de prothesekoker dikker is dan het gezonde been. Een aangepast zitkussen kan dan uitkomst bieden. Of dit in uw geval ook nodig is, kan uw ergotherapeut en/of fysiotherapeut beoordelen.

Opstaan

Opstaan gaat het beste wanneer u op een stoel zit die even hoog is als de lengte van uw andere onderbeen. Dit kost het minste kracht en is teven het prettigst voor uw rug. Het zitten op een stevige zitting (in vergelijking met een bank waarin je wegzakt) maakt het opstaan gemakkelijker.

Staan en huppen op één been, wanneer u geen prothese draagt

Bij een goede balans is het mogelijk om staande activiteiten op één been uit te voeren. Dit is echter wel, zeker op de langere termijn, belastend voor dit been. Het hele lichaamsgewicht komt namelijk op dit ene been terecht. Ditzelfde geldt ook voor huppen op één been. Hierbij is sprake van een extra belasting op de knie, bij elke hup die u maakt. Ook kost huppen u heel veel energie. Is uw balans niet zo goed, dan is het staan op één been een onveilige situatie. Het is vaak mogelijk (bij onderbeenamputaties) om met een gebogen knie te steunen op een krukje. Bij een knie-exarticulatie kan gesteund worden op het stompeinde. Vindt u het te vermoeiend worden, ga dan tussendoor even zitten.

Omdraaien tijdens het staan

Als u zich wilt omdraaien, maak dan meerdere, kleine stapjes met het gezonde been en het prothesebeen. Als u niet mee stapt, kunt u sneller uit balans raken. Daarnaast kunt u uw kniegewricht verdraaien. Dit is belastend voor de knie, waardoor (pijn)klachten kunnen ontstaan.

Overeind komen in bed

Van lig naar zit komen is vaak lastiger omdat u uzelf minder af kunt zetten met uw been. Door eerst op uw zij te rollen en vervolgens omhoog te komen door u af te zetten met uw armen is het vaak goed mogelijk overeind te komen. Hoe steviger uw matras, hoe makkelijker dit afzetten gaat.

Douchen, wassen, afdrogen

Het verplaatsen in de badkamer gaat met een looprekje over het algemeen veilig. Bent u bedreven in het gebruik van elleboogkrukken, kan dit natuurlijk ook. Plaats de krukken wel loodrecht op de vloer, om te voorkomen dat ze uitglijden op een vochtige vloer.

Staand douchen op één been vergt een goede balans. Voor de meeste mensen is het veiliger om gebruik te maken van een douchestoel of douchezitje, ook voor het afdrogen. Gebruik voor het (gaan) staan een handgreep die stevig aan de muur bevestigd is.

Bij gebruik van de wastafel: leun er niet teveel op! Zorg ook hierbij liever voor een handgreep naast de wastafel.

Aan- en uitkleden

Kleed u zoveel mogelijk zittend aan en uit. Dit is het veiligst en kost u de minste energie.

Probeer een handige volgorde te vinden voor het aantrekken van uw kleding. Een broek over de prothese aantrekken is lastig. Handiger is het om eerst uw broek aan te doen, de losse prothese door de broek te trekken en daarna de prothese aan te doen. Trek in ieder geval eerst de liner aan, voordat u uw broek erover trekt. Ritsen of drukknopen in de naad van uw broek vereenvoudigen het aan- en uitkleden. 

Toiletgang

Er zijn verschillende mogelijkheden om de toiletgang gemakkelijker en veiliger te maken. U kunt denken aan: een verhoogde toiletpot, beugels aan de muur, zoveel mogelijk zittend urineren (heren), gemakkelijke sluiting

Huishouden

Het hangt af van uw balansmogelijkheden en conditie welke huishoudelijke activiteiten u nog kunt uitvoeren en op welke wijze.

Schoonmaakwerkzaamheden laag bij de grond en op een huishoudtrap zijn meestal lastiger uit te voeren met een prothese. Voer uw activiteiten niet te lang achter elkaar uit en neem geregeld even pauze. Wanneer u vermoeid raakt, zult u immer sneller uit balans raken en zou u kunnen vallen. Er zijn verschillende middelen te koop die huishoudelijk werk gemakkelijker maken. Uw ergotherapeut kan u hierin adviseren.

Verplaatsen binnenshuis

Net als bij alle andere genoemde activiteiten hangt het af van uw mogelijkheden hoe u zich zult gaan verplaatsen binnenshuis. Zonder prothese kan dit met een looprekje, elleboogkrukken of een handbewogen rolstoel zijn. Met prothese kan dit zonder looprekje, rollator, elleboogkrukken, stok of rolstoel zijn. De variatie is groot! Uw fysiotherapeut en ergotherapeut kunnen u hierin adviseren.

Traplopen is op aangepaste wijze mogelijk, bijvoorbeeld met krukken, trapleuningen, hinkend of zittend. Welke vorm voor u het meest geschikt is, is afhankelijk van uw conditie. 

Verplaatsen buitenshuis

Ook hierbij is de variatie groot en afhankelijk van uw persoonlijke variatie. Bij langere afstanden buitenshuis heeft u wellicht eerder een hulpmiddel nodig dan bij kortere afstanden. Behalve het buitenshuis lopend, fietsend of met de auto verplaatsen, kunt u denken aan een handbewogen rolstoel, al dan niet in combinatie met een handbike of een scootmobiel. Laat u hierbij adviseren door uw fysiotherapeut en ergotherapeut.

Autorijden

Wanneer u weer wilt autorijden, zijn er vaak aanpassingen nodig, zoals het omzetten van de voetpedalen of het installeren van een handgaspedaal. Soms kan het aanschatten van een automaat al voldoende zijn. Lees alles over het houden of verkrijgen van een rijbewijs met een beperking op de website van het CBR. Overleg altijd eerst met uw arts.