Afhankelijk van het doel van de revalidatie doorloopt de therapie de volgende fasen:

  • Het verbeteren van kracht en conditie;
  • Het voorkomen van spierverkortingen;
  • Stompvorming en stompharding;
  • Verplaatsen zonder prothese (transfers op  1 been, huppen in brug, met looprek of krukken);
  • Oefenen met oefenprothese;
  • Oefenen met prothese.

Verbeteren van kracht en conditie

Door het langdurig ziek zijn heeft uw lichaam ingeleverd aan kracht en conditie. Het is belangrijk dat uw lichaam weer went aan inspanning. Daarom wordt er gestart met oefeningen die gericht zijn op het verbeteren van de kracht van beide benen, armen en romp. Voor het verbeteren van uw algehele conditie wordt gestart met conditietraining. Uw fysiotherapeut ondersteunt u hierbij en geeft u oefeningen die u zelf kunt doen.

Voorkomen van spierverkortingen

Het is van belang om na de amputatie zorg te dragen voor het onderhouden van de beweeglijkheid van de gewrichten. Door veelte zitten kunnen spieren verkorten en wordt het moeilijker om de gewrichten in alle richtingen te  bewegen. Wanneer een spier blijvend verkort is, is er sprake van  een contractuur.

Een buigcontractuur van de heup en de knie moet altijd voorkomen zien te worden, omdat dit bij het rechtop komen staan en lopen met prothese voor problemen kan zorgen. Het regelmatig aannemen van houdingen waarin deze spieren gerekt worden, voorkomt dit. Vooral de heup- en kniebuigers moeten regelmatig gerekt worden. Dit wordt bereikt door regelmatig op de buik te liggen voor het strekken van de heup.

Bij een onderbeenamputatie is het belangrijk om de knie, terwijl u zit, gestrekt op een stompsteun (van de rolstoel) te leggen.

Stompvorming

Tijdens de operatie wordt de vorm van de stomp bepaald door de chirurg. Als gevolg van de operatie ontstaat er veel vocht in de stomp. Om dit te verminderen en de stompomvang stabiel te krijgen, wordt één van de volgende  behandelingen gegeven: een gipsverband, zinklijmverband, zwachtel, spalk of een speciale kous.. Dit wordt toegepast totdat de stompomvang stabiel is. Meestal duurt dit ongeveer drie weken.

Stompharding

Het is belangrijk dat de stomp in een vroegtijdig stadium leert om de druk van de prothese te verdragen. U kunt oefeningen doen om de huid van de stomp als het ware sterker te maken. Wij raden u aan deze oefeningen twee keer per dag te doen. Overleg met uw therapeuten wanneer u kunt starten met deze oefeningen.

Oefeningen:

  • Tijdens het douchen of baden de stomp zachtjes wassen;
  • Na het douchen de stomp afspoelen met koud water, opbouwen van koel naar koud;
  • Na het douchen of baden de stomp met een handdoek droogwrijven. Opbouwen van een zachte naar een harde handdoek;
  • Wrijven over de stomp;
  • Masseren van de stomp van licht naar stevig;
  • Met gestrekt vingers tikken op de stomp.

Verplaatsen zonder prothese

In het begin zal de therapie gericht zijn op het aanleren van veilige transfers op één been. Wanneer de kracht van uw niet aangedane been voldoende is, wordt gestart met balanstraining in de brug en het verplaatsen in de brug. Als dit goed gaat, wordt het huppen met een looprek of krukken geoefend, maar ook het van en naar de grond gaan en het traplopen wordt met u doorgenomen.

Al met al leert u functioneren zonder prothese. Dit is van belang omdat u door omstandigheden in de toekomst (bijv. wondjes op de stomp, prothese kapot) uw prothese tijdelijk niet kunt dragen.

In de revalidatie kan ook geoefend worden met rolstoel, scootmobiel of handbike om u te verplaatsen. Bewegen is en blijft belangrijk, ook in uw verdere leven met een amputatie.

Als er hulpmiddelen of voorzieningen nodig zijn, krijgt u daarvoor advies en, zo nodig, hulp bij aanvragen daarvan.

Informatie verwerken

Wanneer uw bloeddoorstroming is verminderd of wanneer u suikerziekte heeft er is sprake van diabetes, kan dit voor geheugenproblemen of begripsproblemen zorgen. Tijdens uw revalidatie krijgt u veel instructies en adviezen van therapeuten. Soms is het moeilijk om deze instructies te begrijpen en te onthouden.  Geef het aan als u dit bij u zelf gemerkt heeft.

Verwerking, sociale contacten en intimiteit

Verwerking

Wanneer u een amputatie heeft ondergaan, verandert uw lichaam wezenlijk. Sommige mensen hebben moeite met dit andere lichaamsbeeld. Of ze hebben moeite met het afscheid nemen van activiteiten die door de amputatie niet meer mogelijk zijn of op een andere manier moeten worden uitgevoerd.

Leeftijd, de reden van de amputatie, de bezigheden die u voorheen had en uw persoonlijkheid; het zijn allemaal factoren die een verwerking kunnen beïnvloeden. Bij de één duurt dit verwerkingsproces langer dan bij de ander. De meeste mensen zijn echter, al dan niet met ondersteuning van anderen, goed in staat om met de nieuwe situatie om te gaan. De maatschappelijk werker of psycholoog van Rijndam kan u, als u hier behoefte aan heeft, ondersteunen in dit proces.

Relaties en sociale contacten

Wanneer u iets ingrijpends overkomt zoals een amputatie, dan treft dat niet alleen u, maar ook uw partner of andere familieleden. In Rijndam betrekt de maatschappelijk werker hen in de begeleiding. De maatschappelijk werker bespreekt met u welke mensen u daarbij wilt betrekken.

Tijdens de klinische revalidatie organiseert de afdeling waar u revalideert regelmatig meeloopdagen. Direct betrokkenen lopen een dag mee om te zien hoe uw dag eruit ziet en wat u doet tijdens de verschillende therapieën. 

Tijdens de poliklinische revalidatie zijn partners en eventuele andere direct betrokkenen altijd welkom om mee te komen.

Vrienden en kennissen zijn belangrijk in het revalidatieproces. Een goed sociaal netwerk kan een stimulerende en activerende werking hebben, zowel tijdens de revalidatie als daarna. U kunt een sociaal netwerk opbouwen door er op uit te gaan. Neem bijvoorbeeld deel aan activiteiten in de wijk, word lid van een vereniging of leg contacten via het internet.

Seksualiteit en intimiteit

Mensen met een amputatie krijgen soms te maken met veranderingen van de seksualiteit. Uw lichaam is veranderd. Dit kan gevoelens van bevreemding en onzekerheid geven. Ondanks de behoefte aan intimiteit, komt het voor dat men elkaar niet meer durft aan te raken. Soms leven er meer praktische vragen; kan ik nog wel vrijen op de manier die ik gewend ben? Misschien hebt u vragen over de invloed van medicijngebruik op uw seksualiteit. Praten met uw partner kan al veel onzekerheid wegnemen.

Wilt u iemand in vertrouwen nemen, dan kunt u uw problemen of vragen ook bespreken met uw revalidatiearts, intimiteitverpleegkundige of maatschappelijk werker. Het praten over seksualiteit is niet voor iedereen even gemakkelijk, maar zij kijken er zeker niet vreemd van op als u met vragen op dit gebied komt. Zo nodig kan de revalidatiearts u verwijzen naar andere deskundigen. Zo kunt u een consult aanvragen bij een seksuoloog, die verbonden is aan Rijndam.