Na ruim 2,5 jaar problemen met haar voet, krijgt Pieta te horen dat deze eraf moet.

Pieta vertelt: ”Voordat mijn voet eraf ging, was er al heel wat gebeurd. Ik had diverse wondjes op m’n voet gehad. Op een gegeven moment werd de grote teen van mijn rechtervoet blauw/zwart en klapte deze zelfs. Ik werd direct opgenomen op de spoedeisende hulp en kreeg een antibioticakuur. Daarna volgende de ene kuur de andere op en ben ik diverse malen opgenomen in het ziekenhuis. Ook heb ik diverse keren in het gips gezeten op verschillende hoogtes om mijn voetzool, die ook vol met wondjes zat, te ontlasten. Dit zorgde helaas weer voor andere wondjes en het gebeurde regelmatig dat er tijdens het boodschappen doen toch een wondje klapte en ik een bloedspoor achterliet.”

Amputatie

“Toen ik hoorde dat mijn voet eraf ging, riep ik direct: ‘Yes, eindelijk’. De arts vond dat ik erg laconiek reageerde, maar vind je het gek. Ik liep al twee jaar met pijn. Ik was blij dat dat binnenkort over was. Dezelfde week nog ging ik onder het mes. Op advies van de arts heb ik ook een stuk van mijn onderbeen laten amputeren. Hierdoor zou de prothese beter passen en kon ik beter kan lopen. Ik weet dat het feit dat ik rook bij heeft gedragen aan de amputatie, maar ik kan het gewoonweg niet laten.”

“Na de operatie ben ik het weekend thuis geweest, voordat ik naar Rijndam ging. Dit was behelpen, omdat ik alles met een looprek moest doen. Ik heb dat weekend al mijn schoenen en laarzen weggegooid. Dat was het enige moment dat ik mijzelf echt heel zielig vond. Ik had zulke mooie schoenen.”

“Toen ik bij Rijndam kwam, wist ik niet wat ik zag. Ik besefte direct dat wat ik had ‘peanuts’ was in vergelijking met anderen. Revalideren bij Rijndam is erg intensief. Je bent de hele dag bezig met fitness, rekken en strekken van je been, voortgangsbesprekingen enz. Ik ben geen 23 meer, dus het was best aanpoten.”

Thuissituatie

“Vanaf het begin mocht ik de weekenden naar huis. Toen ik nog geen prothese had, deed ik dat met de rolstoel. Dit was alleen mogelijk doordat mijn buren mij hielpen bij de grootste obstakels. Zo had ik bijvoorbeeld een hoge drempel bij mijn voordeur. Mijn buren hielpen mij om er overheen. Je komt heel veel zaken tegen waar je een oplossing voor moet vinden. Zo gebruikte ik een barbecue-knijper om zaken van de grond te pakken. En een kopje koffie zette ik bij elke drempel neer, zodat de koffie er niet overheen klotste.

“Ik ben erg blij met de steun van mijn omgeving. Ik heb gemerkt dat relaties zijn veranderd in positieve zin. Mijn broer heeft veel aandacht voor mij en de band met mijn moeder is beter geworden. Ook mijn zoon heb ik van een andere kant leren kennen. Hij wil me overal mee helpen, heel lief. Mensen uit de flat, die ik voorheen niet sprak, vragen nu hoe het gaat. Dit komt natuurlijk ook doordat ik veel vaker buiten zit te wachten op het aangepast vervoer.”

“Het aanmeten van een prothese kan pas als de wond genezen is, gelukkig ging dat bij mij best snel. Eerst krijg je een tijdelijke prothese. Het lopen met een prothese ging mij makkelijk af. Normaal oefen je eerst in de brug, daarna met een rollator en dan met krukken. Ik ben na de brug gelijk los gaan lopen, waardoor ik drie weken eerder naar huis kon.”

“Ik heb geluk gehad, dat ik na de operatie maar één keer, één seconde fantoompijn heb gehad. Ik zag bij medepatiënten hoe erg dit was. Ik heb alleen af en toe het gevoel dat mijn teen of mijn kuit kriebelt, dat is alles.”

Wondenpoli

“Er blijft altijd een kans dat mijn andere been er ook af moet, maar die is nu klein. Ik sta onder controle bij de Wondenpoli van Rijndam en ga binnenkort weer naar de podoloog in het ziekenhuis om mijn voet te laten behandelen. Het is de bedoeling dat dit heel zorgvuldig gebeurd om wondjes te voorkomen en niet alle pedicures zijn hiervoor geschikt.”

“Mijn belangrijkste boodschap: ‘blijf altijd positief’. Er is nog veel meer in het leven dan je geamputeerde been, probeer je daarop te richten. Het helpt wel als je omgeving je niet heel zielig vindt en dat continue zegt. Natuurlijk weet ik ook dat ik makkelijk praten heb. Ik heb ‘maar’ één onderbeenamputatie terwijl andere hogere of twee amputaties hebben.”