De aangeboren arm- en handaandoeningen die het meest frequent in aanmerking komen voor revalidatie zijn:

Camptodactylie

Camptodactylie is een aangeboren aandoening, een kromme vinger. De aandoening kan voorkomen bij zeer jonge kinderen, maar kan verergeren tijdens of na een groeispurt. Hoewel in de wetenschappelijke literatuur meerdere oorzaken worden beschreven, is men het er nog niet over eens over wat oorzaak en de gevolgen zijn. Er is sprake van een balansverstoring tussen het buig- en strekmechanisme van de vinger. Vaak worden er ook afwijkende huidstrengen of een tekort aan huid gezien. De behandeling bestaat uit (vaak langdurige) spalktherapie en bij de oudere kinderen ook aanvullende oefentherapie.

Polydactylie

Polydactylie is een verzamelnaam voor een aangeboren aandoening waarbij een kind wordt geboren met verdubbeling van een vinger of vingerkootje. Allereerst wordt met de handchirurg besproken wat de beste chirurgische behandeling is en wanneer deze het beste kan worden uitgevoerd. In dit gesprek kan meestal een prognose gegeven worden van de functie na de operatie. De revalidatiebehandeling kan bestaan uit een handfunctieanalyse, voordat tot een eventuele operatie wordt beslist. Als de operatie eenmaal is uitgevoerd, bestaat de revalidatie vooral uit postoperatieve spalktherapie en oefentherapie.

Radiusdysplasie

Radiusdysplasie is een aangeboren aandoening aan de onderarm waarbij het spaakbeen en de bijbehorende weefsels niet of minder goed is aangelegd. Allereerst wordt met de handchirurg besproken wat de beste chirurgische behandeling is en wanneer deze het beste kan worden uitgevoerd. In dit gesprek kan meestal een prognose gegeven worden van de functie na de operatie. De revalidatiebehandeling kan bestaan uit een handfunctieanalyse, voordat tot een eventuele operatie wordt beslist. Als de operatie eenmaal is uitgevoerd, bestaat de revalidatie vooral uit postoperatieve spalktherapie en oefentherapie.

Syndactylie

Syndactylie is een aangeboren aandoening waarbij het scheiden van de vingers niet of slechts gedeeltelijk voltooid is tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder. Allereerst wordt met de handchirurg besproken worden wat de beste chirurgische behandeling is en wanneer deze het beste kan worden uitgevoerd. In dit gesprek kan meestal een prognose gegeven worden van de functie na de operatie. Als de operatie eenmaal is uitgevoerd, bestaat de revalidatie vooral uit postoperatieve spalktherapie en oefentherapie.

Triggervinger of -duim

Bij een aangeboren triggervinger of -duim blijft de vinger of duim in een gebogen stand staan of klikt deze als hij weer gestrekt wordt. Allereerst wordt met de handchirurg en revalidatiearts besproken wat de beste behandeling is. In de meeste gevallen wordt een triggervinger of -duim behandeld door middel van langdurige spalktherapie, gedurende de nacht. Wanneer de vinger/duim niet volledig te strekken is, wordt over het algemeen eerst gekozen om dit operatief te herstellen.