Revalidatiebehandeling van een aangeboren aandoening kan bestaan uit verschillende vormen.

Grofweg is de verdeling:

Conservatieve (niet operatieve) behandeling

De conservatieve behandeling van een aangeboren aandoening kan bestaan uit spalktherapie of oefentherapie. Als uw kind wordt verwezen voor spalktherapie, dan meet de handtherapeut de spalk direct aan. In de weken er op volgend wordt de spalk gecontroleerd. Vervolgens vinden de afspraken in een lage frequentie plaats. Dit is gemiddeld iedere zes tot acht weken, tenzij eerder problemen optreden of de spalk te klein wordt.

Behandeling na een operatie

Revalidatiebehandeling na een operatie kan bestaan uit beschermen van de geopereerde weefsels door middel van een spalk, maar ook uit oefentherapie. Uw handtherapeut begeleidt uw kind bij wat belangrijk is om te beschermen of juist te oefenen.

Handfunctieanalyse

Bij sommige meer uitgebreide vraagstukken of aandoeningen van de arm en of hand, vraagt het handenteam een handfunctieanalyse aan. Uw kind wordt dan uitgenodigd om in een uitgebreide sessie alle aspecten van de handfunctie te analyseren. Afhankelijk van uw vraag, kijken we naar de hulpvraag van uw kind, het huidige functioneren op alle niveaus, een voorspelling van de toekomstige handfunctie en wat een operatie of revalidatie kan toevoegen aan uw handfunctie. De artsen bespreken met u en uw kind de uitslag, waarna u en uw kind kunnen aangeven welke behandeling de voorkeur heeft.