Bij patiënten met een cerebrale parese (CP) of patiënten die een cerebrovasculair accident (CVA) hebben meegemaakt kan de arm- en handfunctie beperkt zijn. Dit is van grote invloed op de zelfstandigheid en het functioneren in het dagelijkse leven. Wanneer de arm- en handfunctie zo goed mogelijk wordt behandeld kunnen patiënten eerder en langer zelfredzaam zijn.

Om een zo effectief mogelijke behandeling aan te kunnen bieden voor het verbeteren van de arm- en handfunctie is een correcte diagnose van het bewegingsprobleem essentieel. Het Re-ARM project ontwikkelt in samenwerking met Hankamp Rehab een wetenschappelijke methode om een betere diagnose van de verstoorde arm- en handfunctie te kunnen stellen. De huidige methode die artsen en therapeuten gebruiken, is subjectief en geeft maar heel weinig inzicht.

Onderzoeker Levinia van der Velden van Rijndam Revalidatie en het Erasmus MC: “De methode die we in dit project ontwikkelen, rafelt de functie van de aangedane arm uiteen in vier factoren: Spierkracht in de arm, spasticiteit van de spieren, de stijfheid van de spieren en gewrichten en de onafhankelijkheid van bewegingen (synergie). Meten van de spierkracht in dit onderzoek is van belang, omdat deze factor de arm functie kan beïnvloeden. Spasticiteit wil zeggen dat patiënten bij beweging verhoogde reflexen hebben die weerstand bieden tegen beweging. Daarnaast kan er weerstand op treden omdat spieren en gewrichten stijver zijn. Abnormale synergie houdt in dat gewenste bewegingen onvrijwillig met andere bewegingen worden gecombineerd. Bijvoorbeeld het aanspannen van de schouderspieren leidt ongewild tot het buigen van de ellenboog. Hoe deze vier elementen samenwerken bij een individuele patiënt is op dit moment moeilijk vast te stellen. Op basis van de abnormaliteit van één of meerdere van deze factoren, kan een afgestemde behandeling worden gekozen. Voor spasticiteit is bijvoorbeeld botulinetoxine een goede behandeling, terwijl bij abnormale gewrichtsstijfheid rekken en spalken mogelijk waardevoller is. Door deze diagnose te stellen, streven we naar een gepersonaliseerde behandeling. Dit draagt bij aan optimalisering van de arm- en handfunctie bij CVA en CP patiënten.”

Het Re-ARM project is globaal in te delen in vier fasen, waarbij een nauwe samenwerking met onderzoekers uit het Erasmus MC, revalidatieartsen en fysiotherapeuten uit Rijndam erg belangrijk is:

  • Fase 1: Ontwikkelen van een prototype diagnostische robot van de schouder en ellenboog, die in staat is om de vier bovengenoemde factoren (spierzwakte, spasticiteit, stijve eigenschappen en synergie) te meten en te onderscheiden. Deze diagnostische robot wordt ontwikkeld door Hankamp Rehab.

  • Fase 2: Optimaliseren van de diagnostische robot, waaronder het opstellen van een meetprotocol, testen van veiligheid en het optimaliseren van comfort voor de patiënt.

  • Fase 3: Het valideren van opgestelde meetprotocol in doel populaties.

  • Fase 4: Toepassen van de diagnostische robot op patiënten met CVA, om de arm- en handfunctie zo specifiek mogelijk vast te stellen. Deze patiënten worden gerekruteerd vanuit Rijndam Revalidatie.  Onderzocht zal worden bij CVA patiënten hoe de verschillende factoren met elkaar interacteren en met elkaar de armfunctie bepalen. Daarnaast zullen we ook bepalen hoe de armfunctie zich ontwikkeld over te tijd tijdens de revalidatie.  

Levinia van der Velden: “Het Re-ARM project is een samenwerking van wetenschappers, bedrijven, artsen en patiënten. Door deze brede samenwerking is de weg naar een nieuwe wetenschappelijk onderbouwde diagnose ingeslagen, leidend tot gepersonaliseerde behandeling. Zodra de techniek voldoende ontwikkeld is zullen we overleggen met behandelaren over andere toepassingen van deze robot.”