In maart 2012 wordt Morena Jaleesa aangereden door een auto. Ze raakt in coma en wordt zeven dagen kunstmatig beademd. Na zeven dagen komt Morena Jaleesa uit coma. Haar linkerzijde is verlamd, ze kan niet lopen, kan een beetje praten, maar komt moeilijk uit haar woorden.

Morena Jaleesa vertelt: “Ik mis de eerste drie maanden na het ongeluk. Ik kan me alleen herinneren dat ik naar Rijndam gebracht ben met een ambulance, maar ook van de eerste dagen in Rijndam weet ik niets meer.”

“In eerste instantie lag ik alleen op een kamer, maar ik ben al snel overgeplaatst naar een kamer met meer patiënten. Dit vond ik fijn, omdat zij mij begrepen en ik niet alleen was. Het revalideren vond ik zwaar. De hele dag staat volgepland met individuele therapie en groepstherapie. Ik heb heel wat gemopperd en was niet altijd de leukste patiënt voor de behandelaren.”

“De prognose was slecht. De verwachting was dat ik maar tot 40% zou herstellen. Ik dacht op dat moment: ‘Ik zie het wel’ en kon het niet bevatten. Voor het ongeluk was ik net aan een nieuwe studie gestart aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Op basis van onderzoeken naar mijn hersenletsel, werd mij geadviseerd om hiermee te stoppen en een HBO opleiding te gaan doen. Ik heb dit niet gedaan.“

“Ik had bij het behandelteam aangegeven dat ik me eerst wilde concentreren op het lopen. Ik wilde nog geen gesprekken met een psycholoog of maatschappelijk werker. Ik geloofde en geloof nog steeds dat ik nooit beide tegelijk had kunnen doen, dat was te zwaar geweest. Rijndam ging hiermee akkoord.”

“Tegen alle verwachtingen in ging ik fysiek snel vooruit, waardoor ik maar vijf weken opgenomen ben geweest bij Rijndam. Wel heb ik nog zo’n anderhalf jaar poliklinisch gerevalideerd. Weer naar huis gaan was moeilijk. Ik wilde verder op het punt voor het ongeluk, maar dat lukte niet. Ik wilde dit alleen niet laten merken, waardoor ik vaak boos en gefrustreerd was. Ik verwachtte dat mensen begrepen wat ik doormaakte, terwijl ik deed alsof er niets mis was. Dat gaat natuurlijk niet.”

“Ik had veel hulp nodig. Ik moest bijvoorbeeld gehaald en gebracht worden naar school. Dit gaf veel irritaties, omdat ik niet afhankelijk wilde zijn. Ik zei regelmatig dat ik dingen wel zelf kon doen. Als mijn omgeving dan dacht dat ik het dus zelf zou doen, werd ik boos, want ze snapte toch wel dat het niet ging lukken? Ik begreep in die tijd mijzelf niet. Laat staan dat een ander het kon begrijpen.”

“In die tijd hebben verschillende mensen tegen mij gezegd: ‘Je bent echt onaardig geworden. Als mensen je straks niet meer zielig vinden raak je iedereen kwijt.’ Ik ben daar we van geschrokken, maar dacht ook ‘ik ga voor mijzelf en het zal wel wat mensen vinden’. Ik trok me steeds verder terug. Pas toen ik op de polikliniek jongvolwassenen van Rijndam met de psycholoog ging praten veranderde ik. Ik kijk nu anders naar zaken.”

“Ik ben aan het afstuderen. Ondanks mijn geheugen- en concentratieproblemen, sta ik gemiddeld een zeven. Natuurlijk heeft deze zeven mij meer moeite gekost dan dat het zou hebben voor mijn ongeluk. Ik moet nu meer herhalen en dus eerder beginnen met studeren. Ook bij groepsopdrachten, die studenten toch het liefst op het laatste moment doen, geef ik aan, dat ik echt eerder moet starten om een bijdrage te leveren. Hier is eigenlijk altijd begrip voor.”

“Al met al ben ik blij hoe het is gegaan. Ik denk dat ze bij Rijndam niet altijd blij geweest zullen zijn met mijn gemopper, maar ze hebben me gemotiveerd om het maximale eruit te halen. Als je iets niet durft, hielpen ze je om je grens te verleggen.”

“Uiteindelijk heeft het ongeluk mijn leven beter gemaakt. Ja, ik heb een beperking waardoor ik een brace om mijn voet draag en ik met mijn been sleep als ik moe ben. Ook heb ik geheugen- en concentratieproblemen. Natuurlijk besef ik dat ik er redelijk goed vanaf ben gekomen, beter dan verwacht. Maar ik besef ook dat het niet zo erg is om een beperking te hebben. Door het ongeluk heb ik uiteindelijk veel meer oog gekregen voor mijn omgeving. Vroeger draaide alles om mijzelf. Ik heb nu geleerd me in te leven in anderen en daar leer je heel veel van!”

“Mijn tip aan iedereen is: Het is niet belangrijk hoe snel je dingen doet, als je het maar op je eigen manier doet”.