Het routine bevolkingsonderzoek is heel veel vrouwen niet vreemd. Eens in de zoveel tijd valt er een brief op de mat met daarin het verzoek om mee te werken. Zo ook bij Monique. Maar wanneer zij te horen krijgt dat het ‘mis’ is, gaat het snel.

Een borstsparende operatie en bestralingen volgen. Omdat Monique merkt dat de diagnose borstkanker en de bijbehorende medische handelingen fysiek en mentaal een grote impact hebben, vraagt ze haar oncologieverpleegkundige naar de mogelijkheden voor verdere begeleiding. De verpleegkundige verwijst haar naar de afdeling Revalidatie van Rijndam, gevestigd in het Albert Schweitzer ziekenhuis.

Monique vertelt: “Drie dagen na mijn operatie ben ik weer gaan werken, ondanks dat er nog 28 bestralingen volgden. Voor mij was dat op dat moment de logisch aanpak. Achteraf was het niet slim. Alles gaat zo snel. Niet alleen kost een operatie veel energie en vragen de bestralingen heel wat van je lichaam. Je moet het ook verwerken. Dit besef kwam bij mij later. Ik voelde me erg alleen in mijn ervaring en was op zoek naar lotgenotencontact. Want hoe zeer iemand ook meeleeft, het ondergaan is toch anders.”

“Voor de diagnose borstkanker was ik erg actief. Ik had een drukke baan als managementassistente, waarin ik altijd nog meer probeerde te doen dan van mij gevraagd werd. Ik was best actief. Ik zwom, reed paard, deed aan yoga en fietste zo’n 18 km per dag heen en terug naar mijn werk. Na mijn ontslag uit het ziekenhuis miste ik de energie. Bij Rijndam heb ik deze deels teruggevonden en voor het andere deel geleerd waar mijn beperkingen liggen en hoe ik hier mee om kan gaan.”

“Na aanmelding bij Rijndam kreeg ik een aantal vragenlijsten. Vervolgens ben ik uitgenodigd  voor een gesprek bij de revalidatiearts. Hij deed lichamelijk onderzoek, maar keek ook naar mijn psychische gesteldheid. Op basis hiervan hebben we samen gekeken welke behandelmodules bij mij aansluiten. Ik heb eigenlijk alle modules gedaan, behalve individuele psychische begeleiding, omdat ik juist op zoek was naar ervaringen van lotgenoten.”

“Twaalf weken lang heb ik twee keer in een groep gesport. Ik heb geleerd mijn grenzen te vinden en naar mijn lichaam te luisteren. Zo hebben we langzaam mijn conditie en kracht opgebouwd. Dit deed ik met hele simpele oefeningen, zoals het optillen van een wasmand met steeds meer spullen erin. Maar ook door eerst over te spelen met een ballon en pas later met een bal.”

“Met ergotherapie werd gekeken naar energieverdeling. Hierbij waren twee centrale vragen:De eerste was ‘wat levert energie op?’ De tweede ‘wat kost energie?’ Dit is een proces waarbij je bewust wordt wat je kan in een dag of een week, maar ook waar je de beschikbare energie aan wilt besteden. Soms ‘Ho, stop’ zeggen, hoort daar ook bij.”

“Ik werk nog steeds in dezelfde functie met hetzelfde aantal uren. Wel heb ik gemerkt dat ik meer mijn grenzen moet bewaken en dat ik een stap terug heb moeten doen qua belasting. Ook privé ben ik selectiever geworden. Ik was altijd weg  of onderweg en was meer bezig met anderen dan met mijzelf. Ik heb nu gemerkt dat het best heel lekker is om wat meer rust te vinden.”

“Ook voor een partner is een ziekte als borstkanker heftig. Iedereen heeft zijn eigen manier om hiermee om te gaan. Zo begon mijn man spontaan het huis te verbouwen. Voor mij niet altijd even prettig, maar voor hem was dit nodig als afleiding.”

“Ik vertel tegen iedereen hoeveel ik er aan de revalidatie bij Rijndam heb gehad. In mijn eigen omgeving, maar ook in lotgenotengroepen op Facebook. Ik sta dan ook open voor contact met mensen die vragen hebben naar aanleiding van mijn verhaal.”