Henk krijgt in juli 2014 de diagnose slokdarmkanker en komt vervolgens terecht in een achtbaan van behandelingen en onderzoeken. Het goede nieuws is dat er geen uitzaaiingen zijn, maar een traject van vijf weken met bestralingen en chemo is noodzakelijk. Na de behandelingen volgt een zware operatie waarbij de artsen aanpassingen maken aan zijn slokdarm en maag. Na een tweede operatie, drie dagen na de eerste, herstelt hij spoedig. Alles lijkt volgens plan te lopen totdat hij merkt dat zijn vooruitgang stagneert.

“Toen ik aan het begin van mijn traject stond was de situatie ernstig. De arts vertelde me: ‘Als ik je niet opereer ga je dood.’ Eind oktober ging ik onder het mes en aan het einde van het jaar was ik van alle slangen en sondes verlost,” zo legt Henk uit. “Ik dacht langzaam weer aan opbouwen en begon aan mijn herstel. Dat ging goed tot april. Toen bemerkte ik een omslag in mijn verbetering. De stijgende lijn die ik daarvoor te pakken had, werd vlak. Vervolgens neergaand. Mijn energie verdween. Ik was ontzettend moe. ’s Morgens als ik wakker werd had ik geen energie, ik had er geen zin in. Een groot contrast met vroeger, want ik zie mijzelf als een energiek persoon. Ik maakte me echt zorgen. Ik had het gevoel dat er van binnen misschien weer iets niet goed zat. Na een gesprek met de chirurg, die mijn bezorgdheid deelde, belandde ik in een nieuw onderzoekstraject. Hier kwam niks concreets uit. Uiteindelijk ben ik via de oncologieverpleegkundige bij Rijndam terecht gekomen.”

“In de periode rond mijn eerste afspraak bij Rijndam ging het slecht met mij. Ik was sceptisch over het proces en zat in een negatieve spiraal. Eigenlijk had ik er helemaal geen zin in. Er werd een behandelplan opgesteld met daarin drie verschillende disciplines die gelijktijdig liepen. Het idee was dat als we dit een paar weken deden, we vanzelf ergens een verbetering te zien kregen. Dat zou dan zijn weerslag hebben op de rest. En zo is het uiteindelijk ook gebeurd.”

“Ik heb in deze periode flink door moeten zetten. Alles wat ik deed was dodelijk vermoeiend. Maar zodra mijn fysieke gesteldheid vooruitging, knapte het in mijn hoofd ook op. Ik heb altijd al het gevoel gehad dat mijn kopzorgen het gevolg waren van mijn verzwakte conditie en fysieke gesteldheid. Dit traject bewees mijn gelijk, want uiteindelijk heb ik maar een keer of drie gebruik gemaakt van de psycholoog. Voor de rest lag de nadruk op het fysieke aspect.”

Praatgroepen

“Wat mij verder echt vooruit heeft geholpen was de trainingsgroep waar ik in terecht kwam. Ik zat in een open groep. Het doel van de open groep is het bij elkaar brengen van patiënten in alle behandelingsfases. Dus mensen die net zijn gestart met hun training, maar ook patiënten die aan het einde van hun traject zitten. Die mensen helpen jou ook door dingen te zeggen als: ‘Je ziet het, ik kwam net zo binnen als jij. Maar nu ik bijna klaar ben voel ik me prima.’ Dat prikkelde mij enorm, vooral omdat ik dit hoorde uit de mond van patiënten. En dus niet die van de arts. Dit soort trainingstrajecten moet je echt zelf doen. Het is geen pil die je kunt innemen en die er vervolgens voor zorgt dat je je energieker en beter gaat voelen.”

Fysieke vooruitgang

“Eind september was ik klaar met mijn behandelplan, dat zo’n twaalf á dertien weken in beslag nam. Het omslagpunt had ik al bereikt na twee of drie weken. Ik merkte dat de opdrachten die ik kreeg me steeds beter afgingen. Ik kreeg meer energie en wilde meer dingen doen. Zo ben ik al vrij snel weer  naar mijn werk gegaan. Dan deed ik niks, zat ik gewoon achter de computer. Niks mis met thuiszitten, maar ik moest gewoon iets doen. Even een praatje. Iemand die even langs je bureau komt. De dag gaat sneller. Kortom: afleiding. Ik mag volgens de revalidatiearts blij zijn als ik op 75 tot 80 procent terugkom. Dat betekent dat ik vier in plaats van vijf dagen moet gaan werken. Lastig om te horen, vooral omdat ik een eigen zaak heb.”

“Echt geholpen door Rijndam”

“Mijn traject bij Rijndam is nu ten einde, maar ik ben heel erg enthousiast over de aanpak en werkwijze van het revalidatiecentrum. Ik ben echt geholpen door Rijndam. Dat zit hem in de combinatie van de verschillende disciplines, de begeleiding die je krijgt en de vrijheid die je behoudt. Alleen dat de behandeling voor mij zo abrupt eindigde, vond ik persoonlijk jammer. Als advies heb ik Rijndam meegegeven om meer mensen te laten weten dat het bestaat. Als je dit als patiënt niet weet, dan ga je er gewoon te laat heen. Ik heb voor mijn gevoel om die reden een half jaar laten liggen. Als ik eerder van Rijndam afwist, was ik sneller begonnen. Ziekenhuis uit, Rijndam in. Revalideren van kanker is zwaar. Of je nou sterk in je schoenen staat of niet. Ik wil patiënten daarom adviseren om zo snel mogelijk te onderzoeken of je terecht kunt bij Rijndam. Ik hoop in ieder geval dat ik met mijn verhaal mensen het laatste zetje kan geven om ermee te beginnen!