Een motorongeluk krijgen en vervolgens niet meer weten dat je überhaupt een motor hebt. Het overkwam Dennis. Met een eigen onderneming en daarnaast nog een bedrijfje dat hij samen met zijn vader en broertje runt, staat hij actief en zelfverzekerd in het leven. Tot in de zomer van 2013 een auto hem over het hoofd ziet en frontaal raakt. Dennis komt twintig meter verderop op het asfalt terecht.

Over het ongeluk zegt Dennis: “Ik reed met mijn motor als laatste achteraan een rij auto’s op een voorrangsweg. In de verte zag ik dat een auto stond voorgesorteerd om af te slaan. Ik ging er vanuit dat hij mij ook had gezien. Totdat de auto ineens optrok op het moment dat ik het kruispunt passeerde. Ik kon niet meer remmen. Ik dacht nog: ‘Wat doet hij nou?’ Hij had mij niet gezien. Ik knalde er bovenop.”

“Ik weet niks meer tot het moment dat ik bijkwam in de ambulance. Ik was in totale paniek en vroeg me af wat er was gebeurd. In het ziekenhuis vertelden de artsen mij dat ik een motorongeval had gehad. Op dat moment herinnerde ik me niet eens dat ik een motor had. De dagen erna kwam langzaam mijn geheugen terug. Een hersenscan wees uit dat ik een hersenschudding had. Ook waren mijn enkel en polsen gebroken.”

Snowboarden

“Ik heb vroeger op hoog niveau gesnowboard en was voor dit ongeluk zo’n 35 keer geopereerd. Toen ik in het ziekenhuis lag, nam ik daardoor mijn situatie niet zo serieus. Ik had een instelling van: ‘Ach, weer een keertje in het ziekenhuis.’ Ik dacht dat de vermoeidheid, de lichtflitsen die ik zag en de pijn in mijn hoofd normaal waren. Ik was tenslotte op mijn hoofd gevallen. Gewoon een hersenschudding. Niks meer.”

Geheugentests

“Helaas gingen de klachten aan mijn hoofd niet vanzelf helemaal weg. Ik vond het moeilijk te accepteren dat er misschien meer aan de hand was. Een breuk is makkelijk te verklaren. Dat zie je. Schade aan je hersenen is onzichtbaar. Toch besloot ik om mijn klachten aan te kaarten bij mijn huisarts. Hij stuurde mij door naar de neuroloog en zo kwam ik bij Rijndam in het IJsselland Ziekenhuis terecht. Het eerste bezoek aan Rijndam vond ik erg confronterend. Ik werd met mijn neus op de feiten gedrukt. Er waren zoveel therapeuten aanwezig dat ik voor het eerst in mijn leven dacht: ‘Wow, er is wel écht iets aan de hand.’ Ik was bang. Tijdens de geheugentests die ik moest doen merkte ik dat ik niet meer de oude was. Ik moest bijvoorbeeld een bandje luisteren over een familie die boodschappen ging doen. Op dag één haalden ze dit. Op dag twee haalden ze dat, enzovoort. Ik moest onthouden welke boodschappen op welke dag gehaald werden. Het was één groot drama. Als je boodschappen gaat doen, moet je mij niet meenemen.”

“Tijdens de revalidatie bij Rijndam, ik was toen eind dertig, woonde ik weer bij mijn ouders. Op mijn oude kamer voelde het alsof ik terug bij af was. Ik ben best depressief geweest. Alles ging verkeerd voor mijn gevoel. Bij belangrijke gesprekken op mijn werk raakte ik de draad kwijt. Mijn denkproces ging minder snel en mijn spraakvermogen was sinds het ongeluk verminderd. Ik was zo gefocust op deze problemen, dat ik het mezelf alleen maar moeilijker maakte. Hoe meer ik er op ging letten, hoe meer ik me ging irriteerde. Die irritatie zorgde er vervolgens weer voor dat ik meer ging stotteren.”

Loodzware bal

“Het team van Rijndam leerde mij mijn problemen te accepteren. De therapeuten legden mij uit dat ik het moest zien als een loodzware bal die met een ketting aan mijn been zat. Ik kon er voor kiezen om naast de bal te gaan zitten balen, of de bal op te pakken en proberen ermee te leven. Op een gegeven moment kom je op het punt dat je je realiseert dat je die bal moet oppakken. De maatschappelijk werker, fysio- en ergotherapeut, iedereen had zijn rol om mij hiervan bewust te maken."

Relativeren

“In die periode van mijn revalidatie zag ik The Crash Reel, een documentaire over de jonge snowboarder Kevin Pearce die tijdens zijn training voor de Olympische Spelen valt in de halfpipe. Die jongen lag in coma en toen hij weer bijkwam, moest hij alles opnieuw leren. Lopen, eten, praten, alsof hij net geboren was. Ook sprak ik een vriend die door hersenletsel zijn eigen veters niet meer kan strikken. Het zijn momenten geweest waarop ik ben gaan relativeren. Het kan allemaal nog zoveel erger.”

“Ondanks alles ben ik dankzij Rijndam een rijker persoon geworden. Bij mijn eigen bedrijf werk ik nu met jongeren die in de Wajong zitten (Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, red.). De dingen die ik heb geleerd bij Rijndam stellen mij in staat om die jongeren beter te begrijpen en te motiveren. Rijndam leerde mij één probleem tegelijk aan te pakken. De behandeling bij Rijndam heeft een positieve impact gehad. Een geluk bij een ongeluk.”