Jos Monster

'Ik heb mijn leven nu beter en gezonder georganiseerd.'



Jos Monster (53 jaar)

'Vanaf mijn geboorte heb ik geen linker hand en ik draag vanaf mijn zeventiende jaar twee onderbeenprotheses. Toch kreeg ik pas dit jaar voor het eerst van mijn leven met een revalidatiecentrum te maken.'

Jos Monster is een vrouw van 53 jaar, samenwonend zonder kinderen en werkzaam als hoofd P&O in een ziekenhuis. Jos omschrijft zichzelf als een vrouw die het moeilijk vindt om ondersteuning van anderen te vragen. Ze houdt het liefst zelf de regie over de wijze waarop zij haar leven inricht.

'Jarenlang ben ik ervan overtuigd geweest, dat ik het beste met mijn beperkingen kan omgaan als ik deze zoveel mogelijk negeer. Natuurlijk heb ik aanpassingen in mijn huis, zoals een elektrische rolstoel en een traplift en ook heb ik mijn mobiliteit optimaal gewaarborgd door een aangepaste auto en een scootmobiel. En iedere drie jaar ging ik naar de instrumentmaker voor nieuwe protheses. Daarnaast hield ik mij vooral bezig met mijn fulltime baan en, om zo min mogelijk hinder van mijn protheses te hebben, regelde ik voor mijn werk ook een moderne elektrische rolstoel waarmee ik de hele organisatie door kan rijden. Zo had ik mijn leven goed georganiseerd met zo min mogelijk aandacht voor de ongemakken die een beperking natuurlijk met zich meebrengt.

In 2002 kreeg ik voor het eerst in de wintermaanden wonden op mijn benen vanwege de vorst, waardoor het pijnlijk werd om met de beenprotheses te lopen. Vanaf dat moment kwamen de wonden iedere winter vanaf december tot april terug. Ik plakte er de mooiste verbanden op. Het was voor mij geen optie om de protheses uit te laten en deskundige hulp te zoeken. In de winter van 2007 had ik zoveel klachten dat ik nauwelijks nog kon lopen en het lukte mij niet (meer) om zelf de wonden dicht te krijgen. Ik moest mij wel ziek melden. De wanhoop nabij ben ik via de bedrijfsarts doorverwezen naar Rijndam.

Zo kwam ik voor het eerst van mijn leven in een revalidatiecentrum en ik keek mijn ogen uit naar al die mensen met amputaties en andere beperkingen. Enerzijds leek het mij wel spannend om in Rijndam behandeld te worden en was ik nieuwsgierig naar hun werkwijze, maar anderzijds was ik niet van plan om veel tijd en energie aan mijn benen te besteden. Het eerste gesprek dat plaatsvond met de revalidatiearts resulteerde in een behandelplan. Naast de revalidatiearts bestond mijn behandelteam uit: een instrumentmaker voor de protheses, een fysiotherapeut, een psycholoog, een ergotherapeut en een maatschappelijk werkster. Vanaf dat moment kwam ik tweemaal per week een paar uur in Rijndam. Omdat ik had ingestemd met de behandeling maakte ik ook daadwerkelijk tijd vrij in mijn werkagenda en dat is voor iemand als ik heel bijzonder, omdat ik de zorg voor mijn benen altijd onderaan de prioriteitenlijst had staan. Het was in het begin wel wennen. Immers, waarom een hulpmiddel aanschaffen om bijvoorbeeld een ei te pellen, als ik al meer dan 50 jaar met één hand ook een ei kan pellen?! Tegen de fysiotherapeut gaf ik aan dat ik de werkwijze van Rijndam eerder als invaliderend ervoer dan als revaliderend. Hij adviseerde mij om niet te snel te oordelen en de tijd te nemen om te onderzoeken in welke opzichten ik wel gebruik zou kunnen maken van de expertise en de ondersteuning van psycholoog en ergotherapeut. En inderdaad met hulp van de ergotherapeut heb ik een nieuwe elektrische rolstoel voor mijn werk kunnen regelen die meer mogelijkheden biedt om ook zonder protheses te rijden.

Het unieke van het behandelteam in Rijndam is dat praktische, technische en medische aspecten èn gedragsverandering gecombineerd en gelijktijdig worden aangeboden. Voor mij is deze aanpak een ontzettend goede stimulans geweest om ook daadwerkelijk mijn leven rondom mijn beperkingen beter en gezonder te organiseren.'

Jos Monster, september 2008